Ruwheidsmetingen
Ruwheidsmetingen volgens de Europese norm NEN-EN 1090 (de norm voor dragende staal- en aluminiumconstructies) zijn bedoeld om de oppervlaktestructuur en kwaliteit van thermisch gesneden snijkanten te verifiëren.
De norm schrijft voor hoe de oppervlakteruwheid moet worden gekwantificeerd en gecontroleerd (met name in deel 2 van de norm, paragraaf 6.4.3 over validatie van snijwerk).
Waarom ruwheidsmetingen volgens EN 1090?
Bij het thermisch snijden van staal (zoals lasersnijden, plasmasnijden of autogeensnijden) ontstaan er kleine onregelmatigheden (groefjes en smeltresten) op de snijrand.
EXC-klassen: Afhankelijk van de Uitvoeringsklasse (van EXC 1 tot en met EXC 4) gelden er strengere eisen voor constructies. Voor hogere klassen (EXC 2 en hoger) zijn de toleranties voor de haaksheid en de ruwheid van snijkanten strikter.
Kwaliteit van de las: Een te ruw oppervlak kan leiden tot hechtingsproblemen bij coatings, slechte inbranding tijdens het lassen, of spanningen in het materiaal.
De meetparameters (Ra, Rz en Rmax)
De norm schrijft voor dat de oppervlakteruwheid wordt gemeten en beoordeeld aan de hand van gestandaardiseerde waarden:
(Ra) (Gemiddelde ruwheid): Het rekenkundig gemiddelde van alle absolute afwijkingen (pieken en dalen) ten opzichte van de nullijn.
(Rz) (Gemiddelde maximale ruwheid): De gemiddelde afstand tussen de hoogste vijf pieken en de diepste vijf dalen binnen een gestandaardiseerd meettraject.
Bij het beoordelen van snijwerk volgens EN 1090 ligt de focus vaak op de (Rz) waarde, omdat deze gevoeliger is voor extreme afwijkingen in het snijvlak.
Hoe worden de metingen uitgevoerd?
Dit gebeurt doorgaans met een ruwheidstester. Dit is een instrument met een extreem gevoelige taster (naald) die met een gestandaardiseerde snelheid over de snijkant van het materiaal wordt getrokken.
Snijprocedurekwalificatie (SPK): Constructiebedrijven moeten hun snijmachines valideren. Voordat een machine in productie mag snijden voor bijvoorbeeld EXC 3 of EXC 4, worden er proefstukken gesneden. Deze proefstukken worden onderworpen aan een ruwheidsmeting en haaksheidscontrole. De meetresultaten worden vastgelegd in een officieel meetrapport om de machine te kwalificeren.



